woensdag 14 januari 2009

Dit keer was het rustig in de Fayoum


Dus Katja en Jeroen (oud huisgenoten in Zamalek), mochten jullie dit blog volgen, geen aanslagen of heel zichtbare 'geheime' politie. Vorige keer verliep mijn bezoek aan een van de mooiste oases in Egypte heel wat rumoeriger. Verder was vandaag een les in nederigheid. Mocht ik nog enige illusie hebben over superieure Westerlingen die traditionele Derde Wereldlanders naar het licht van de beschaving brengen; over. Op de bijgevoegde foto mijn collega's in het Waterschapsbestuur. Niet van Rijnland, wel van een Local Water Association. Heb ik net bedacht dat informele conflictbemiddeling in Nederland dé manier is om uit de belangenstrijd te komen. Immers, als je maar rustig met elkaar praat, krijg je meer begrip voor elkaars onderliggende belangen en diepere drijfveren, en is de oplossing vaak snel voor handen. Blijken de dames dit allang in de praktijk te brengen. Met als argument dat boerinnen niet gek zijn, ook al zijn ze analfabeet. Om irrigatierechten af te dwingen, kan je naar de rechter stappen, of je kan er over praten met je buren. Blijken één minuut bevloeiing van de linker-, en één minuut van de rechterbuur al genoeg om jouw halve feddan te irrigeren. Dat hebben ze dan nog wel voor je over. ''Mediation' heet dat', legden de dames uit. En ze hadden er een opleiding voor gevolgd, bij een advocaat. Chips! Ik moet mijn examens nog halen, zij hebben ze al. Ze hebben er zelfs een paar vrolijke posters over. Die hang ik straks in Rotterdam op, om me bij de les te houden.

Toch wel heftig geintrigeerd door het niveau van mijn gesprekspartners, praten Dr Khaled, assistente Farrah en ik er over door in de auto. Khaled's verklaring voor dit fenomeen leert mij veel over de werkelijke verhoudingen in Egypte. Deze vrouwen hebben allemaal gestudeerd, volgens Khaled zijn de meeste nog niet getrouwd en hebben ze dus 'tijd genoeg'. De werkeloosheid in de dorpen is echter gigantisch, eigenlijk kan je alleen in Cairo werk vinden. En dat mogen die meiden niet. Dus worden ze 'vrijwilliger' bij NGO's, waar ze in feite voor niets het werk doen waar je in Nederland dure consultants voor inhuurt. Tja, vloek of zegen?

Khaled vertelt verder over zijn zus, die civiel ingenieur is. Een 'echte', eentje die bouwt. Huizen in dit geval; volgens Khaled klimt ze persoonlijk daken op om de werkzaamheden te overzien. Dat valt niet mee voor de kerels die 'onder' haar werken, 'they're very ashamed'. Ik heb meteen associaties van machomannen die zich niet door een vrouw willen laten aansturen, maar ik begrijp hem verkeerd. De Egyptische bouwwereld is zo corrupt als maar kan, iedere aannemer probeert de toezichthoudende ingenieur om te kopen. Maar bij vrouwen durven ze dat niet. Balen dus als er een hoofddoek boven de dakrand uitklimt. Vorig jaar heeft een vrouwelijke ingenieur een prijs gewonnen, omdat ze een omkooppoging van 2 miljoen Egyptische pond geweigerd had. 'The future of our country is in the hands of our women', aldus Khaled. Farrah zegt niet zoveel, maar kijkt glimlachend uit het raam. You go, girl!

dinsdag 13 januari 2009

Door de bomen naar het bos


Het begint me aardig te duizelen, dus ik houd het kort vandaag. Ooit stampte Van Kooten een geeltje op zijn voorhoofd met de tekst 'Vol'. Zo voel ik me ook. Ik krijg uit heel veel bronnen informatie, vandaag van 5 imams, 20 'young professionals' en 1 under secretary. Ik zal de rest van de middag doorbrengen met het in de computer jagen van mijn aantekeningen, anders wordt het echt spaghetti in het warhoofd. Belangrijkste indrukken? Deze imams zijn leuke mensen. Betrokken, slim, geestig. Op mijn omzichtig geformuleerde vraag of ze bereid zijn als spreekbuis dan wel contactpersoon in participatieprocessen te dienen (waarbij ik wanhopig probeer om alle elementen van een participatiestrategie naar begrijpelijk Arabisch/Engels over te zetten) krijg ik fijntjes te horen dat participatie al geregeld is in de Quran. Allah heeft gesteld dat er geen belangrijke beslissingen zullen worden genomen zonder dat the people gehoord en betrokken zijn. Er valt nog wel meer op de Quran en de Hadith terug te leiden, zoals de noodzaak je met schoon water te wassen voordat je bidt. Of het verbod je lichaam dan wel je omgeving te verstieren. Opnieuw is implementatie van deze grondbeginselen het struikelblok, over de grondbeginselen zelf zijn we het heel snel eens.

De sessie met de young professionals was een feestje. Hun voornaamste tip? Zij, als jonge ingenieurs, moeten nodig sociale vaardigheden bijgebracht worden, want daadwerkelijk communiceren met bijvoorbeeld boeren valt niet mee. Ik schiet in de lach, trek de onvermijdelijke vergelijking met hun Nederlandse counterparts, en prijs hun zelfkennis. Tegelijkertijd groeit het respect voor de formidabele opgave waarvoor ze staan. Zoals een van hen formuleert, het is makkelijk om te weeklagen over alle problemen, 'we're very good at that', maar oplossingen aandragen, laat staan in gezamenlijkheid met 'eindgebruikers' bedenken, is zo eenvoudig niet. Die oplossingen zíjn er vaak eenvoudigweg niet, of niet te betalen. Als representant van de overheid wordt je dan of gewantrouwd en geminacht, dan wel verantwoordelijk gehouden voor de oplossing. Vroeger, verzucht het gezelschap, waren er drie belangrijke figuren in ieder dorp, de onderwijzer/imam, de dokter en de ingenieur. Kom daar nou maar eens om.

Mijn 'inwendig grijnsmoment van de dag' heeft ook te maken met respect. Want als er één fundamenteel verschil is tussen deze jonge ingenieurs en mijn jeugdige ARCADIS collega's, is het de manier waarop ze hun 'elders and betters' behandelen. Ik moet me er op instellen dat ik ze oprecht verlegen maak. Niemand durft iets te zeggen als ik ze niet het woord geef, niemand durft me tegen te spreken, en de bijeenkomst duurde een kwartier te lang omdat niemand opstond totdat ik opstond. Ha! Kom daar maar eens om in Hullanda. Onze junioren zijn gewaarschuwd, ik kom volkomen verpest terug.

maandag 12 januari 2009

Ik ken die man...


... met dat gevoel liep ik al aldoor rond, denkende aan Dr Abu Zeid, minister van de MWRI. En jawel, we hebben elkaar inderdaad jaren geleden ontmoet tijdens The Sustainable Development of Delta's conferentie. Niet dat hij natuurlijk nog enig idee had wie ik was. Vanochtend mocht ik de kennismaking hernieuwen. Diplomatie voor gevorderden, want mag ik vragen stellen, en hoe kritisch mogen die zijn? Kan ik vertellen dat alleen maar awareness raisen hetzelfde is als 'window dressen', in goed Nederlands? Iedere bewindspersoon vindt dat 'de burger' zich beter bewust moet zijn van het belang van zijn of haar politiek. Want dat creeert 'draagvlak' voor het beleid. En verstandig (lees gewenst) gedrag. Maar aangezien we allemaal zelf ook burgers zijn, weten we dat het leven zo niet in elkaar zit. Een simpele Postbus 51 campagne en morgen vrijen we veilig, zorgen we voor het milieu, zijn wijs met water? Helaas. Maar wil een minister dat wel horen. In Nederland lang niet altijd. Dus hoe zit dat met een Egyptische?

Het valt reuze mee. Natuurlijk is deze minister een surviver in de Egyptische politiek, en laat hij niets meer los dan verantwoord is. Maar 'de president spreekt van een kritieke situatie, waar het het watervraagstuk betreft. Bewustwording van dit onderwerp staat, sinds een cabinet meeting gisteren, nationaal op nummer één'. Het is, aldus de minister, a matter of national security. Waarbij interdepartementale samenwerking geboden is. En het overtreden van bepaalde beleidsuitgangspunten niet langer getolereerd wordt. Dus, probeer ik voorzichtig, als het officiele quotum voor het kweken van rijst 1 miljoen feddan is, omdat rijst weliswaar heel lucratief is, maar ook veel water nodig heeft, en er wordt in werkelijkheid 2,2 miljoen feddan verbouwd, waarbij iedereen de boetes misloopt of afkoopt omdat het ministerie van Landbouw nauwelijks handhaaft vanwege de economische belangen, hoe belangrijk is water dan? En wat zijn de alternatieven voor boeren? Want zonder handelingsperspectief geen gedragsverandering. 'This will be no longer tolerated by the president. He ordered both ministers to come with a joint plan'. Stevige taal, ik weet genoeg.

Vervolgens door naar een ontmoeting/ workshops met alle relevante DG's en directeuren binnen het - gigantische - departement. Een uiterst geanimeerd gezelschap. Waarbij mij één ding weer heel duidelijk werd, los van alle inhoudelijke punten die ik uit de discussie meenam. Mocht iemand nog het idee hebben dat het dragen van een hoofddoek gelijk staat aan een ondergeschikte positie voor vrouwen, dan nodig ik ze uit dit soort bijeenkomsten te bezoeken. Ik zat aan de kop van de tafel, geflankeerd door vier uiterst mondige gepromoveerde ingenieurs. Allemaal vrouw, allemaal, op één na, in strikte islamitische dracht. De voertaal van de discussie was Engels; deze mensen hebben allemaal in de US of de UK gestudeerd. Maar het plagen gaat natuurlijk in het Arabisch. Dus, ijsbreker van de dag, het moment waarop ik een van de heren in bescherming nam, omdat de dames wel erg aan blokvorming deden en ik het zielig vond worden. 'Ya salaam, ze spreekt echt Arabisch'. Grote hilariteit. Of het met de reputatie van de belaagde man in kwestie ooit nog goed komt, is vers twee.

De kop is er af




Ik raak nu al door de war met de dagen; het is zondag, maar in Misr is dat gewoon een werkdag. Dus sta ik om half negen klaar om met auto + chauffeur naar het Ministerie van Water Resources and Irrigation (MWRI) vervoerd te worden. Onmiskenbaar Egyptisch, russische revolutiebouw met een mengeling van zwaar meubilair, veel marmer, plastic bloemen, onduidelijke rommel en mensen die eindeloos in wachtkamers thee drinken. Plus een hardwerkende directeur communicatie, Dr Khaled Wasif, die mij inwijdt in het wel en wee van zijn clubje. Grappig, hoe hierarchisch het enerzijds georganiseerd is (je wil écht geen chauffeur of theehaler of bawab (= portier) zijn, tenminste niet als je niet aldoor in gebiedende wijs enkelvoud wil worden toegesproken, en hoe informeel men met anderzijds met elkaar omgaat. Iets wat Dr Khaled overigens direct onderkent; hij zelf heeft ook last van hierarchische lijnen en bureaupolitiek. Ik kom heel snel tot de conclusie dat wij geen 'alwetende consultant-goedgelovige dankbare klant' relatie gaan krijgen. Daarvoor herkennen we elkaars ervaringen veel te goed. Hij heeft mij niet nodig om een wereldveranderende strategie te bedenken, hij weet net zo veel van communicatie- en gedragstheorieen als ik. Maar het daadwerkelijk geimplementeerd krijgen van, nu al onze, ideeen, daar gaat het om. En dat is werkelijk niet eenvoudig, want wat is Egypte groot! 50.000 imams om te trainen, bijvoorbeeld, en hij haalt er nu een kleine 400 per jaar. Dan hoef je echt niet super goed te kunnen rekenen om te begrijpen dat er en ander niet matcht.

zaterdag 10 januari 2009

Home, sweet home


Toeval bestaat niet. Vliegend boven Cairo realiseer ik me weer dat dit echt een miljoenen stad is. Zo ver het oog reikt, lichtjes tot aan de horizon. Eenmaal geland rijden we een uur tot we op de plaats van bestemming zijn. Maar, mijn hotel is in Zamalek, en wel precies twee straten verder dan het appartement waar ik gewoond heb. Alles voelt vertrouwd. De geluiden, de mensen op straat, en, altijd uitstekend om het geheugen op te frissen, de geuren. Een unieke mengeling van jasmijn, geroosterde kastanjes, stof en uitlaatgassen. Qahira. En ik kijk nog uit op de Nijl ook.

Vandaag nog geen afspraken. Dus ga ik op een 'trip down memorylane' . Eerst kijken of Zamalek inderdaad niet veranderd is. Dat is het natuurlijk wel, en tegelijkertijd ook weer niet. Het lijkt wat welvarender geworden. Tot mijn wilde vreugde herontdek ik mijn favoriete winkels; de grote glimmende schoenenpaleizen. Nergens ter wereld weet men zoveel ondraagbaar plastic zo spectaculair uit te stallen. Verder wandel ik richting Midan at-Tahrir, langs de Nijl. Het is zaterdag, dus een fijn moment voor jonge stelletjes om verliefd te wandelen. Alle dames dragen tegenwoordig hoofddoeken, maar er wordt nog net zo gegiecheld en handjes vast gehouden als eerst. Om nuttig bezig te zijn, besluit ik te kijken of het Egyptian Museum inderdaad geupdate is. Dat is het, in lichte mate. De leukste zalen zijn niet aangepast, en daar komen ook nauwelijks toeristen. Ik koop kaarten (want foto's maken mag niet) van kleipoppetjes op een boot, die vissen vangen. Kan je vast gebruiken als beeldmateriaal om te laten zien dat leven met water al heel, heel, heel oud is. Verder doe ik een verwoede poging om voeding voor mijn laptop te vinden (die ik natuurlijk met mijn stomme hoofd vergeten ben). En ook dan ontdek je Cairo op z'n best; als je eenmaal de juiste hoek van de myrade hoeveelheid winkelstraatjes gevonden hebt, hebben ze niet een of twee computerwinkeltjes, maar een kleine zestig. Ooit was ik op zoek naar een kruk voor mijn gipsen poot, en belandde in de 'buurt van de houten benen'. Ook straat(je) na steegje met kunstmatige lichaamsdelen.

Na vele koppen thee, het lichten van mijn volledige doopceel, het tonen van foto's van Nina, het afslaan van de aanschaf van papyrus, nieuwe laptops, camera's etc., krijg ik een adaptor mee die natuurlijk toch niet past. Maar, er zijn internetwinkels, en ' my office is your office' belooft de manager van het hotel. Dus dat komt wel goed.

dinsdag 6 januari 2009

De laatste voorbereidingen

Vrijdag is het zo ver, dan vlieg ik naar Caïro. Voor het eerst in 19 jaar weer terug naar mijn geliefde Egypte. Ik ben erg benieuwd wat ik aan zal treffen, en hoeveel er veranderd is. Eén ding is in ieder geval niet veranderd; 'red tape'. Gezien het soort bezoeken leek het me slim om een officieel visum aan te vragen, en niet iets te ritselen op het vliegveld. Dat betekent een zakenvisum, en dat betekent een 'letter of recommendation'. En zo zat ik, net als 19 jaar geleden, in bloemrijke bewoordingen te bedenken hoe onmisbaar mijn bijdrage aan het welzijn van de Egyptische natie gaat zijn. Met als verschil dat ik indertijd, met een aanslag van 3 letters per minuut, mijn zelfgedichte ronkverhaal in prachtig bloemrijk Arabisch op een vooroorlogse typemachine in het Nederlands Instituut in Cairo zat te tikken. Daar heb ik me nu maar niet meer aan gewaagd. In ieder geval heb ik iemand op een ambassade overtuigd, het visum is binnen, de reis kan beginnen!

vrijdag 19 december 2008

Wat gaan we doen in Egypte?


Vanaf 9 januari ga ik op 'consultancy mission' naar Egypte om de Egyptische regering te adviseren hoe ze het waterbewustzijn van hun bevolking op kunnen krikken. Daar is nogal wat mis mee, overigens vooral veroorzaakt door het feit dat de hoeveelheid Nijlwater dezelfde blijft, maar de bevolking qua aantal explodeert. De hoeveelheid beschikbaar schoon water per capita loopt daarom dramatisch terug, de hoeveelheid voedsel die je kan verbouwen om al die monden te voeden, ook, en de vervuiling van het beschikbare water explodeert eveneens. Volgens de experts is het 'twee voor twaalf' en dreigen grote problemen. Alleen weten vooral beslissers dit onvoldoende. De tussen-de-regels-door opdracht is daarom vooral om het waterbewustzijn hoger op de politieke agenda te krijgen. Dat is trouwens in Nederland niet anders. Gelukkig hebben we eerder met en voor staatssecretarissen gewerkt, dus dat spel beheersen we.

De 'mission' bestaat uit twee onderdelen: een verkennende reis van 14 dagen waarbij ik heel veel mensen ga interviewen/spreken, variërend van parlementsleden en locale hoogwaardigheidsbekleders, tot boeren, schoolhoofden, imams en 'jonge ingenieurs' (hun variant van de NieuwBouw). Het eerste gesprek is direct met de Egyptische minister van Verkeer en Waterstaat... Ik ga op reis de delta in, om ook daadwerkelijk te onderzoeken hoe het staat met dat waterbewustzijn in de dorpen. Maar ook op safari in de Egyptische bureaucratie; dat is heel wat meer 'Indiana Jones' dan het binnenland intrekken.

In de tussenliggende periode ga ik dan werken aan mijn advies, om in april opnieuw naar Egypte af te reizen. Dan heb ik opnieuw gesprekken, en geef een workshop met en voor leden van de Egyptische regering om het advies helemaal scherp te krijgen. De ambitie is om Mubarak himself de workshop te laten bijwonen!

Het geheel komt voort uit een samenwerkingsverband tussen de Egyptische regering en de Nederlandse. Dit samenwerkingsverband bestaat al 30 jaar, en stamt uit de tijd dat wij Egypte nog ontwikkelingshulp gaven voor o.a. hun watermanagement. Intussen is Egypte de ontwikkelstatus ontgroeid. Maar het project loopt nog door, en heeft onder andere geleid tot een Nationaal Waterplan voor Egypte, te vergelijken met het Nederlandse nationale waterplan. Omdat wij (Mischa Strating, Danielle Noordam en ik) voor het Nederlandse waterplan het onderzoek hebben gedaan naar het stimuleren van waterbewustzijn, heeft DG Water ons voorgedragen als goede consultants voor de Egyptische regering. En in een grijs verleden heb ik Arabisch en geschiedenis gestudeerd, en mijn eindonderzoek in Caïro gedaan hebben. Waardoor ik al eerder een half jaar in Egypte gewoond heb. Zo is de cirkel rond!